14 mei
Het was bijna niet doorgegaan. Drie dagen geleden kwam ik erachter dat mijn pas alleen in Europa geldig was. Met spoed een pas aangevraagd. Die kwam vanmorgen pas aan.
Het was te krap om per trein of auto naar Schiphol te reizen dus heb ik vanaf Maastricht ook een vliegtuigje geboekt.
En nu word ik verwend met een koekje en een drankje en een zweverig gevoel.
Komt alles toch nog goed maar ik ben er nog niet.
Mexico city (the neverending city) !
Vanuit het vliegtuig zie je het meteen: een eindeloze stad, megagroot.
Het strekt zich uit tussen de bergen door over de bergen heen en is helemaal volgebouwd.
Prachtig vanuit het vliegtuig.
We vliegen er zo een half uur overheen en dan zijn we pas in het midden ervan. Er wonen 25 miljoen mensen in Mexico stad lees ik in een boekje. Dan kijk ik weer gauw uit het raampje. “Kan kloppen” denk ik hardop.
Ik word er wel een beetje stoned van.
Ik schrik wakker, zit meteen rechtop in bed en meteen vind ik het lichtknopje. Ik blijf bewegingsloos zitten. Ik denk meteen aan een slang. Ik bestudeer mijn nog steeds zere teen, maar ik zie geen bloed. Ik wacht of hij dik word. Ook niet. De pijn is er wel nog maar trekt weg Dan denk ik aan een hagedis. Ik hoor ook steeds een krakend geluidje maar dan hoor ik ook iets in een kamer naast mij waar het gekraak waarschijnlijk vandaan kwam. De schrik blijft en ik begin te geloven dat het de geest van een Indiaan moet zijn geweest. Ik probeer me geestelijk af te schermen van de kracht van de Indiaanse geesteswereld waarin ik mij bevind. Dan ineens verdwijnt de schrik. Ik moet plassen maar ik doe toch mijn schoenen aan.
15 mei 2007
Bij de persconferentie stelt iedereen zich voor. Iedere band heeft daarvoor een afgevaardigde. Ik presenteer mijzelf en mijn gastspeler Remi Alvarez die ik nog niet ontmoet heb. Een tolk vertaald alles in het Spaans. Als niemand lacht, wijt ik dat aan de verkeerde vertaling van de tolk. Daar moeten ze wel om lachen. Achteraf blijkt dat de tolk het inderdaad verkeerd vertaalde. Als de tolk mijn humor niet snapt word het natuurlijk moeilijk.
Ik zit nogal op de praatstoel en ik krijg een seintje dat ik het kort moet houden.
De rest van de middag wandel ik met mijn gids Erica door University City. Dat is een gebied zo groot als het centrum van Maastricht en bestaat uit allerlei verschillende universiteiten verbonden met enorme parken. Het stikt er van de romantische paartjes. Misschien denken ze dat van ons ook wel. Ik val sowieso al behoorlijk op hier.
Als de muziek maar even wat rustiger is grijpt het publiek de kans om te laten horen hoe enthousiast ze zijn.
Remi blaast zijn longen uit zijn lijf. Hij steelt de show. Na het laatste nummer wordt het publiek helemaal gek. Het is net een voetbalwedstrijd met dat verschil dat al die Mexicanen “Holland, Holland, Holland” in koor staan te roepen.
Nog een toegift dus.
Na het optreden blijven we een uur backstage. Dat uur is er buiten een ware verkeerschaos aan de hand rond het theater.
Enorme billboards zie ik boven de stad uit steken van dit festival.
Daarna gaan we weer eten. Het is inmiddels tien uur ’s avonds en het is inderdaad zoals aangekondigd de derde keer dat ik warm eet die dag. Zo zal het de hele week wel zijn. Drie warme maaltijden per dag.
Laat ik maar met het leukste van vandaag beginnen.
Volgens mijn gids wordt hij op de hielen gezeten door een collega met wie hij ruzie heeft.
Bij een lange rij voor een kruising rijdt hij langs het tegemoet komende verkeer met groot licht knipperend. Het tegemoetkomende verkeer moet maar even iets bedenken.
En dat kunnen ze daar als de beste: effe wat bedenken op straat.
Er staan ook nergens strepen. Iedereen moet zelf denken. Ook de strepen bepaal je lekker zelf met een beetje fantasie. En dan waar je allemaal langs rijdt...Iedere meter is in gebruik dus nogal wat afwisseling langs de weg. En half op de weg want op het randje van de weg gebeurt ook nog eens van alles. Af en toe uitzichten van de stad zonder einde.
Op de achtergrond, beter gezegd op de voorgrond, keihard een radio met vrolijke Mexicaanse muziek. De rit duurt ongeveer een drie kwartier en is de beste kermisattractie die ik ooit gehad heb.
(het hart van het historisch centrum met de fundamenten van de Indianen-piramides vlakbij waar ik zondag speel.) In het Indianenmuseum nog een berisping gehad omdat ik bij Dios de la Muerte poseerde op zijn verhoging. Gegeten in een restaurant in villa coyoco.
17 mei
Verder was het hoogtepunt vandaag het concert van de Chinese groep GuoGan.
Geweldige sound, goede spelers maar bovenal sfeer die mij grijpt.
Ik krijg de neiging om taichi te gaan doen.
Defeña is ook een woord voor iemand uit Mexico-stad. Volgens mij burger ik al in.
Zo vroeg ik bijvoorbeeld Remi mee te doen aan een act op straat bij een aardig versleten truck. Ik zit ervoor op de grond met mijn handen in het haar alsof ik pas ben aangereden, en Remi is de scheldende trucker die mij de schuld geeft. Als er meer en meer mensen blijven kijken moeten we toch een redelijke oplossing bedenken om weg te komen. We spelen dat het goed komt tussen ons en lopen dan al pratend weg. De meeste verstaan ons toch niet.
Het feit dat ik zo graag met de pesero (goedkope bus) reis vinden ze ook maf.
Wat het festival zo bijzonder maakt is dat er mag worden geblowed.
Als ik naar een concert ga kijken dan moet je eerst langs een politiebarrière en dan kom je op een terrein met muziekliefhebbers en fans van blowen. Dit is een grote stap van de regering.
Ik mocht natuurlijk meedrinken van de pulké.
Je wordt er zat van zonder het te merken maar het voelt wel lekker.
18 mei
Als het regent valt de stroom uit. Ik ging net een bord spaghetti eten. In het donker dus.
De hele stad was donker behalve het verkeer.
Een dame, Danielle, begint op de erotische toer. We weten van elkaar niet wat we zeggen maar we kijken elkaar steeds dieper in de ogen. En omdat we elkaar niet begrijpen lig ik een minuut later met mijn hoofd op haar benen. Daar krijgt ze het zo warm van dat ze weer in het Engels begint. Betovering verbroken. (Op dat moment ging het licht ook weer aan)
Waarschijnlijk zei ze dat ze me vannacht komt opzoeken in mijn hotel. Dat is het leuke eraan. Je zegt iets spannends maar het heeft geen gevolgen.
Bij nul is het rood en groen voor de auto’s.
De weg is zo’n dertig meter breed en er staan zo’n acht auto’s naast elkaar te wachten om op te trekken. Ik loop tot de helft, midden op straat dus, en film het terugtellen. Ik blijf staan en pas bij 1 begin ik te rennen. Een soort Jackass maar dan anders.
19 mei
Waarom zo laat? Met een Afrikaanse band en twee gidsen Danielle en Patricia naar Garibaldi, de plek waar Mariachi’s op de straat en plein de hele nacht doorspelen. Althans, zo komt het over.
We gaan naar een tent waar een geweldige band Mexicaanse dansmuziek speelt. Het is dan ook een danstent. Stijldansen welteverstaan. Patricia leert me de drie stapjes van de dans en de rest mag je zelf invullen.
De hele nacht op de dansvloer dat doe je in Maastricht ook nergens.
Als ik me tussen het publiek begeef blijkt het natuurlijk een jungle te zijn. Twee Mexicanen willen bier van me. Ze dreigen met iets wat ik verder niet versta. Als ik het weiger en erom moet lachen, geven ze me een hand. Dat was het dan, als ik ze later weer tegenkom kijken ze heel kwaad en roepen: ‘Hey Gringo’ Net een film. Een boek in dit geval.
Ik leg uit dat het detail voor mij vaak belangrijker is dan hoogtepunten.
Hij noemt dat detallazo (spreek uit als detajásso).
Het optreden vandaag in Zocalo was bijzonder omdat er ook een vleugel was.
Omdat Remi een freejazzer is ging ik op de vleugel ook mee freejazzen. Het publiek ging helemaal uit zijn dak. Ik schat vijftienduizend maar anderen schatten wel tachtigduizend.
Onder politiebegeleiding vertrekken we met een touringbus richting hotel.
In de bus is het feest al begonnen.
Op weg naar het concert heb ik een interview opgenomen met de band Hotel Palindrome en ikzelf werd ook geïnterviewd. Op de achtergrond flitst Mexico voorbij, wat wil je nog meer.
Het interview gaat vooral over de beleving van deze stad.
Ik zit nu in het vliegtuig te schrijven. Het is donker en ik ben als enige wakker zo te zien.
Vanmorgen had ik wel effe een kater maar dat mag de pret niet drukken. Het afscheid valt wel mee omdat ik het gevoel heb dat ik terug kom. In september is een jazzfestival waarvoor ik al uitgenodigd ben. Iedereen is blij dat ik er was en ik krijg veel uitnodigingen om te logeren als ik er weer ben. De meeste hebben het gevoel dat ik snel weer in Mexico kom omdat ik me zo thuis voel hier. Ik zou er wel vaak willen zijn maar niet echt willen wonen.
Als ik naar buiten kijk lijkt het wel of ik boven en onder mij sterren zie. Ik vlieg door het heelal.
Op het vliegveld werd een vertraging van vijf á zes uur aangekondigd. We kunnen bij F1 een eetbon ophalen. Op zoek naar F1 sluit ik me aan bij Hanna en een Zweedse.
Hanna is een Belgische die gaat trouwen met een Mexicaan. De Zweedse heeft drie maanden gestudeerd in Mexico. We worden van het kastje naar de muur gestuurd.
Na een half uur, (de Zweedse kan niet meer want ze heeft vijf stuks bagage waarvan er drie heel zwaar zijn, boeken) komen we bij onze gate een man tegen met de eetbonnen. We gaan op zoek naar een restaurant waar nog plaats is maar we worden verwezen naar een restaurant waar geen plaats is.
Dan blijkt dat de bonnen alleen geldig zijn als we door de migratie check gaan. Daar staat een rij van een uur. Dan maar weer naar het restaurant en gewoon betalen.
Die had dus gewoon met die bon in dat restaurant gegeten waar wij niet met die bon konden betalen. Het lijkt wel als je door een Mexicaan de verkeerde kant wordt opgestuurd de volgende Mexicaan dat merkt en het spelletje doorvoert.
Want echt, we zijn al met al door zo’n tien Mexicanen de verkeerde kant opgestuurd zonder daar te geraken waar we zijn moesten. En dan die Zweedse met haar koffers, ik zou het spelletje ook meespelen als ik Mexicaans was. Drie van die blonde toeristen overladen met spullen die even de weg kwijt zijn. Laat ze maar even kwijt zijn die weg. Daag!
“Isn’t there really not one cd you have?”
“No! Even I don’t have it. It’s only a live act”.
En zo is het. Iedere keer is weer ander. Vaak met een gast en die is ook weer nieuw meestal. En wat we gaan doen dat weet die gast ook niet.
Met die zes woorden Spaans die ik ken heb ik toch een hele bus Mexicanen op de kop gezet. “Skitate putu!” op het juiste moment. Toen was het even stil. Ik mag het nooit meer zeggen. Dan schrijf ik het wel.
Ze zien me wel graag terug allemaal. En ik heb veel jaloerse gezichten gezien. Allemaal vrouwen onder elkaar. Maar uiteindelijk zijn ze allemaal gelijk benaderd. Ze geven veel van hun warmte en dat krijgen ze terug maar met respect want zo voelde het naar mij ook.
“Mr. Planet T…como estas?” “Gracias, bien, muy bien!”
Ik ben zeker een hoop vergeten maar ik ga weer terug en dan weet ik het weer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten