dinsdag 9 oktober 2007
Barceloooooona ! en een dagje later
Buenas dias. Vandaag geleerd van het volk.
Naranja is sinaasappel. Geleerd van de menukaart.
La Cuenta is de rekening. Geleerd uit een boekje.
Na dos caragillos die ze hier cigallo noemen drink ik een Voll-Damm biertje (7,2 %).
Een 7½ Meer punten dan alcohol. Dat is mijn bier.
Ik was vanmiddag in het picasso-museum. Zeer vermoeiend.
Arno rust nu uit. Hij zit niet in zijn lichaam.
Gisteren heb ik hem laten rennen langs het strand om vervolgens bij te komen bij een boom. Hij moest van mij ook luisteren naar die boom . Die vertelde hem dat hij meer moest sporten. Wat een toeval weer.
Hij staat weer voor een dilemma met zangeres S. Ze wil haar nieuwe vriendje laten meedoen op de cd. Als dat maar goed gaat hebben wij dan. Dat vriendje is de nieuwe terugvalbasis voor S.
Gisteravond in jazzclub Foro gespeeld. Al die Spanjaarden spelen jazz alsof het Latin is. Logisch ze zijn Latin. Alleen al om die reden kwam ik verrassend uit de verf.
Gister overdag met Arno op zoek gegaan naar sauna. Op internet alleen maar gay-sauna’s.
Vervolgens aan restauranthouder gevraagd naar sauna mixta (zoals de ensalata mixta op de menukaart).Hij wist wel een goede. Wij met de taxi naar het noorden. Sauna Yuma. Zag eruit als een hoerentent. Lampje, belletje en kijkgaatje bij voordeur. Wij bellen buigend voor het oog van een cameralens roepend ‘ola, ola’, niks. Of is het toch hiernaast ”New Aribau” lijkt op een hotel. Misschien met sauna. De deur is niet op slot en we gaan naar binnen. Lijkt van binnen op een leeg bordeel. ‘Ola, ola?’, niemand te zien. We dringen verder het gebouw binnen. Iets verderop is iemand een gang aan het poetsen. Als hij ons ziet komt hij woest op ons af. ‘Hela ola’ bleek een hoerentent die nog gesloten was.
Terug naar het internetcafé. Enkel gay-sauna’s tenzij hotel Juan Carlos met een prachtige sauna. Av. Diagonal.
Die straat lag om de hoek maar dat die zo lang was…
Na een half uur lopen besloten we verder te gaan met de tram. Deze sloeg plots linksaf vlak voor we er zouden zijn. Weer lopen. Na tien minuten rijst het chicste hotel van Barcelona voor ons op. We hopen dat we als niet-hotelgast mogen sauna-en.
We komen in een enorme hal met in het midden een vleugel waar een pianist matig wat standaardrepertoire speelt.
Een receptionist verteld ons dat we er inderdaad gebruik mogen maken van hun sauna ware het niet dat die deze wordt gerenoveerd. We worden verwezen naar een nabijgelegen fitnessclub. 10 minuten lopen. De fitnessclub blijkt niet toegankelijk voor niet-leden. En zo begon gister de avond.
Terug met de ondergrondse. De tegenliggende ondergrondse zit vol met Liverpool supporters. Vanavond Barcelona- Liverpool.
Op de Rambla treffen we menig Liverpool supporter aan zonder kaartje. Straalbezopen. Zelfs bij onze keuze Italiaans restaurant zitten Engelse supporters aan de halve en hele liters bier en wij op de tocht.
(Dagje later)
Ik zit momenteel al een paar uurtjes in een kroeg en krijg een sms (SOS) van Arno. “Koop paracetamol”
Even later weer een sms (SOS) “Koop wc papier” Papira de bagno? (Arno bleek later de griep te hebben, en nog later ik ook).
Wat een superstad dat Barcelona. Waarom ga ik hier niet wonen. Cruijff achterna.”Wat je niet hebt kun je krijgen” zou hij zeggen.
Vanavond gegeten in een vegetarisch restaurant. Zelfs het dessert was vegetarisch. Daarna in mijn eentje op zoek naar drankgelag aan het strand. Ik kom alleen maar tegenliggers tegen. Zowel op de heen als de terugweg. Waar gaan ze toch naar toe, ik kom er toch vandaan? Waarschijnlijk naar huis. Het is ook al weer middernacht. Dan maar verder de stad in.
Ik denk ineens aan El Born, een straatje met een aantal leuke kroegjes waarvan er één een pannenkoekenkroeg is. Creps al Born. Ik probeer me met Spaans verstaanbaar te maken totdat blijkt dat het personeel Frans spreekt. De bazin komt uit Bretagne, Noord-Frankrijk.
Ik begin aardig de weg te leren kennen. We verblijven vlakbij de zee. Carrer del Gignas. Een echte Spaanse steeg met de Spaanse cafés voorzien van tl-verlichting. Hoe kun je je beter onderscheiden van andere kroegen? Ik zou wel een pannenkoek lusten maar ik vraag me af of ze stroop hebben. Stroop maken ze bij mij om de hoek maar ik weet niets van hun exportiviteit. Ik bestel een pannenkoek met citroen en honing. Weinig maar heel lekker. Alles is sowieso duur hier. Cocktails: € 7,50. Bier is duur maar niet lekkerder dan bier. Voll-Damm is er helaas niet bij.
Verder naar de overkant. De Tripode. Ik bestel een Jameson die is verstopt achter allerlei andere flessen,maar vanaf nu staat ie vooraan. Ik heb nog veertig euro. De Jameson is € 7,50, toch de straat die zo duur is.
Maar wel de moeite waard als je geen betere straat kent.
40 : 7,5 = (alcoholtest) euh… 5x8=40. Volgens mijn beurs mag ik dan nog vier Jamesons. Toch maar eens de cerveca proberen hier. Misschien hebben ze Voll-Dam. (Cool voll Dam) Ik versta nog niet veel maar ik kijk sowieso liever. (tot nu toe).
Je kunt veel aan iemand zien zonder dat je haar verstaat. Ze is niet alleen mooi bedoel ik.
Hier is ook een drankje dat heet Hemmingway. (Die hing ook rond in Barcelona in zijn tijd). Dat is cava en absint! Cava is Champagne en Absint is 85% alc. Met wat ijs natuurlijk. € 7, - Must be killing. Ik zal het nog niet weten want de tent gaat dicht. Volgende keer misschien. Morgen, volgend jaar of zelf een keer mixen. Op navraag naar club Magic. Ik volg de routebeschrijving, kom bij een club, gratis entree en ik bestel een Bud-beer (flesje=cool). De hele dansvloer staat vol met iedereen die er is. Allen twintigers en dertigers. Parfetto! Het duurt even maar na tien minuten ga ik helemaal uit mijn dak op de dansvloer. Radar Love van de Earrings in Barcelona dan ga je wel. Nog net geen Brood. Blijf tot het einde ca half zes.
(Dagje later)
Eindelijk weer eens een Voll-Damm. Cafe Schilling. Hele dag door de stad gezworven. Laatste dag!
(Vannacht om half vier begin ik met vertrekken. Eerst een taxi, dan anderhalf uur bus, dan anderhalf uur wachten, dan anderhalf uur vliegen, dan in anderhalf uur met trein en auto van Eindhoven naar Maastricht. Arno vertrekt een dag later want die gaat naar London, Manfred Mann mixen). Biertje duurt een kwartiertje. Drukke tent. Het meest verkopen ze hier chips. Lijkt wel of ze het zelf maken. Een soort kok komt om de haverklap met een soort soepbord vol met chips uit de keuken. Catalanen zijn een rokend volk dat er nog niet aan bezweken is. Caballero is een sigaret maar hier is het ook een man. Een roker. Chips besteld. Na twee minuten op tafel. Smaakt gewoon naar chips uit een zak. Mooie zaak. De langste wand bestaat geheel uit lege wijnflessen. Damm bier is opgericht door August Kuentzmann Damm (Koenenman van Dam) Ik leef drinkend naar mijn vertrek toe. “Una carragillo con whisky por favor”. Weer met Arno naar de vegetariër. Hetzelfde gerecht maar ziet er anders uit.
00.30u Laatste stapuurtjes voor vertrek. Vrijdagavond wereld van verschil. Volle bak in Barcelona. Uitgaan is een beroep in het weekend. Ik start in Creps al Borne met Margarita. Lekker-weinig voor € 7,50. Toch maar weer een crep miel/lemone. Alvast een soort ontbijt voor de terugreis. Hier mag het wat kosten. Ik geniet in vier dagen, iemand anders doet er twee weken over.
Ik heb het virus van Arno overgenomen. Als tegengif bestel ik een carragillo con whisky. Duur medicijn. Koffiezetapparaat kaput. Cerveza. Vochtafdrijvend. Een aangeschoten man die zich persoonlijk voor doet lijkt niet te gaan betalen en zo geschiede. Hij wordt voor de vorm kwaad aangekeken en achternagezeten maar zijn gebaar met open hand en duim aan de neus spreekt boekdelen. Een farce.
Terwijl het volk stapt worden de straten hier reeds schoongehouden met veel water. Mijn slaapje van 22 tot 24 uur geeft me het gevoel ofwel ik ben vroeg op ofwel het wordt laat. Virus blijft. Ik bestel wodka. IJs? Nee. Lemone? Nee. Ze maken hier alleen cocktails want ze schenkt me onvermoed een dubbele in. Hihi. Virus voelt zich aangevallen.
Een barmeisje, Alejandra studeert film in Barca. Ze maakt een docu over een Chileense jazzpianist (Mamasoul) en een docu over tweeduizend nieuwe bloemen in de Chileense woestijn. De laatste jaren regent het ieder jaar voorheen eens in de vijftien jaar. Soms gaat ze met een vriendin die trommelt regenmuziek maken. Ze roken dan marihuana.
Crep al Born is geen familiebedrijf. Alleen de foto aan de muur is een grootmoeder. Ook pannenkoekenbakker . Ahwel, ik krijg pizza dat voor het personeel bedoeld is.
Gaelle is de bazin. Isabelle zou haar dochter kunnen zijn maar is niet haar dochter. De tent is inmiddels dicht. Ik ben er nog.
Gezellig afscheid. Ik heb anderhalf uur speling (Hoe kan het ook anders). Ik word verwezen naar een nachtclub Jamboree. Daar staat een hele lange rij. Ik sluit aan om de tijd te overbruggen. Na me twintig minuten lang met de rij geamuseerd te hebben stap ik er vlak voor de entree weer uit en neem een taxi naar het busstation. De bus naar Girona waar mijn vliegtuig vertrekt.
(Dagje later)
De griep zet nu pas echt door. Ik kan alleen maar zachtjes sloffen en probeer niet te hoesten vanwege de pijn. Heb de hele nacht dezelfde droom gehad. Alsof de wereld alleen maar draait uit het systeem van Myspace. Dat is een vrij eenvoudig systeem en je loopt in een kringetje.
We moeten spelen in Aken, mijn piano moet mee, versterker, zanginstallatie, kabels, standaard voor mijn piano…
Alles de trap af en de auto in. Ik besluit me niet te douchen en ook niet te scheren. Alles is teveel. Behalve spelen. Na een dik uur slofwerk haal ik de zangeres op met haar microfoontje. In Aken blijkt het eerste verdieping te zijn. Sjieke bedoening.
Omdat ik ze zie kijken van ‘Hoe ziet die eruit?’ roep ik ‘We hebben allemaal de griep!’
‘Dan hou ik me van kant’ zegt de ceremoniemeester in gebrekkig Nederlands.
De lege koffers mogen naar de kelder. Ik slof me erdoor en net op tijd zijn we klaar voor aanvang. We spelen van twee tot zes maar iedereen, en er zijn er rond de zeventig, staat op de dansvloer.
En of we nog één, en nog één en enzovoorts.
Tot acht uur hebben we gespeeld. Afbreken, lege koffers uit de kelder. Slof, slof. Onder het spelen bleef mijn neus lopen en zo nu en dan een hilarische nies. En een lachaanval onder het spelen toen de dansende ceremoniemeester ook hilarisch begon te niesen. Ik roep naar Bart met mijn schorre stem: ‘Ik heb hem aangestoken!’ Toch nog gelachen die dag.
Naar huis en meteen het bed in. En alweer dezelfde droom de hele nacht. Ik blijf ermee wakker worden.
(Dagje later)
Droom is voorbij, alleen nog hoesten.
Vandaag naar Luik in een poging om Grunberg te ontmoeten.
Ik neem Grunberg goed in me op. Ik stel twee vragen.
Het eerste antwoord film ik. Het tweede neem ik goed in me op als een gesprek van man tot man. Na afloop signeert hij een boek dat ik meegenomen heb en nu worden er drie foto’s gemaakt.
Ook ontvangt hij twee van mijn verhalen waarin hij zelf een rol speelt. Hij vraagt of mijn e-mail adres erop staat. Dat is zo.
Hij zal me zeker mailen zegt hij. Dan heb ik zijn e-mail adres.
Dus we hebben nu contact! Een goed begin. Ik kan hem iets leren als hij over een muzikant wil schrijven. Hij doet zich wel eens voor als muzikant verklaard hij vandaag. Grunberg is de grootste Nederlandse schrijver aller tijden. Veel mensen weten dit niet.
Waarschijnlijk weten ze dit niet omdat hij zo jong is. (Nooit geleerd op school) sterker nog: omdat hij nog leeft. Hij is ook maar een mens. Vincent van Gogh was ook maar een mens. Eén van mijn verhalen gaat over een treinreis met Arnon naar Bethlehem. Ik beschrijf een reis die ik een dag voor de reis geschreven heb, waarin ik beschrijf dat ik het verhaal dat ik geschreven heb over de reis, tijdens de reis Arnon laat lezen.
Het tweede verhaal is een beschrijving van een performance waarin ik Madonna en Arnon mee laat spelen op het randje van de realiteit van datzelfde moment.
Arnon is een geschikt personage omdat hij zich ooit verstopte achter de schrijver Marek van der Jagt. En ik ook. Ik schreef ook onder de naam Marek van der Jagt. Dat verbind ons al enigszins. Toch?
Luik: Metaxa, 3,80 en eentje gratis aan het einde. Snelle bediening en zeer goed gegeten. Brochette Phillipousse, naam v/d zaak.
21 uur, België staat al op z’n kop. Tenminste, waar ik ben. Of ben ik het die alles op zijn kop ziet?
Planet T. in Mexicooooooooooo !
14 mei
Het was bijna niet doorgegaan. Drie dagen geleden kwam ik erachter dat mijn pas alleen in Europa geldig was. Met spoed een pas aangevraagd. Die kwam vanmorgen pas aan.
Het was te krap om per trein of auto naar Schiphol te reizen dus heb ik vanaf Maastricht ook een vliegtuigje geboekt.
En nu word ik verwend met een koekje en een drankje en een zweverig gevoel.
Komt alles toch nog goed maar ik ben er nog niet.
Mexico city (the neverending city) !
Vanuit het vliegtuig zie je het meteen: een eindeloze stad, megagroot.
Het strekt zich uit tussen de bergen door over de bergen heen en is helemaal volgebouwd.
Prachtig vanuit het vliegtuig.
We vliegen er zo een half uur overheen en dan zijn we pas in het midden ervan. Er wonen 25 miljoen mensen in Mexico stad lees ik in een boekje. Dan kijk ik weer gauw uit het raampje. “Kan kloppen” denk ik hardop.
Ik word er wel een beetje stoned van.
Ik schrik wakker, zit meteen rechtop in bed en meteen vind ik het lichtknopje. Ik blijf bewegingsloos zitten. Ik denk meteen aan een slang. Ik bestudeer mijn nog steeds zere teen, maar ik zie geen bloed. Ik wacht of hij dik word. Ook niet. De pijn is er wel nog maar trekt weg Dan denk ik aan een hagedis. Ik hoor ook steeds een krakend geluidje maar dan hoor ik ook iets in een kamer naast mij waar het gekraak waarschijnlijk vandaan kwam. De schrik blijft en ik begin te geloven dat het de geest van een Indiaan moet zijn geweest. Ik probeer me geestelijk af te schermen van de kracht van de Indiaanse geesteswereld waarin ik mij bevind. Dan ineens verdwijnt de schrik. Ik moet plassen maar ik doe toch mijn schoenen aan.
15 mei 2007
Bij de persconferentie stelt iedereen zich voor. Iedere band heeft daarvoor een afgevaardigde. Ik presenteer mijzelf en mijn gastspeler Remi Alvarez die ik nog niet ontmoet heb. Een tolk vertaald alles in het Spaans. Als niemand lacht, wijt ik dat aan de verkeerde vertaling van de tolk. Daar moeten ze wel om lachen. Achteraf blijkt dat de tolk het inderdaad verkeerd vertaalde. Als de tolk mijn humor niet snapt word het natuurlijk moeilijk.
Ik zit nogal op de praatstoel en ik krijg een seintje dat ik het kort moet houden.
De rest van de middag wandel ik met mijn gids Erica door University City. Dat is een gebied zo groot als het centrum van Maastricht en bestaat uit allerlei verschillende universiteiten verbonden met enorme parken. Het stikt er van de romantische paartjes. Misschien denken ze dat van ons ook wel. Ik val sowieso al behoorlijk op hier.
Als de muziek maar even wat rustiger is grijpt het publiek de kans om te laten horen hoe enthousiast ze zijn.
Remi blaast zijn longen uit zijn lijf. Hij steelt de show. Na het laatste nummer wordt het publiek helemaal gek. Het is net een voetbalwedstrijd met dat verschil dat al die Mexicanen “Holland, Holland, Holland” in koor staan te roepen.
Nog een toegift dus.
Na het optreden blijven we een uur backstage. Dat uur is er buiten een ware verkeerschaos aan de hand rond het theater.
Enorme billboards zie ik boven de stad uit steken van dit festival.
Daarna gaan we weer eten. Het is inmiddels tien uur ’s avonds en het is inderdaad zoals aangekondigd de derde keer dat ik warm eet die dag. Zo zal het de hele week wel zijn. Drie warme maaltijden per dag.
Laat ik maar met het leukste van vandaag beginnen.
Volgens mijn gids wordt hij op de hielen gezeten door een collega met wie hij ruzie heeft.
Bij een lange rij voor een kruising rijdt hij langs het tegemoet komende verkeer met groot licht knipperend. Het tegemoetkomende verkeer moet maar even iets bedenken.
En dat kunnen ze daar als de beste: effe wat bedenken op straat.
Er staan ook nergens strepen. Iedereen moet zelf denken. Ook de strepen bepaal je lekker zelf met een beetje fantasie. En dan waar je allemaal langs rijdt...Iedere meter is in gebruik dus nogal wat afwisseling langs de weg. En half op de weg want op het randje van de weg gebeurt ook nog eens van alles. Af en toe uitzichten van de stad zonder einde.
Op de achtergrond, beter gezegd op de voorgrond, keihard een radio met vrolijke Mexicaanse muziek. De rit duurt ongeveer een drie kwartier en is de beste kermisattractie die ik ooit gehad heb.
(het hart van het historisch centrum met de fundamenten van de Indianen-piramides vlakbij waar ik zondag speel.) In het Indianenmuseum nog een berisping gehad omdat ik bij Dios de la Muerte poseerde op zijn verhoging. Gegeten in een restaurant in villa coyoco.
17 mei
Verder was het hoogtepunt vandaag het concert van de Chinese groep GuoGan.
Geweldige sound, goede spelers maar bovenal sfeer die mij grijpt.
Ik krijg de neiging om taichi te gaan doen.
Defeña is ook een woord voor iemand uit Mexico-stad. Volgens mij burger ik al in.
Zo vroeg ik bijvoorbeeld Remi mee te doen aan een act op straat bij een aardig versleten truck. Ik zit ervoor op de grond met mijn handen in het haar alsof ik pas ben aangereden, en Remi is de scheldende trucker die mij de schuld geeft. Als er meer en meer mensen blijven kijken moeten we toch een redelijke oplossing bedenken om weg te komen. We spelen dat het goed komt tussen ons en lopen dan al pratend weg. De meeste verstaan ons toch niet.
Het feit dat ik zo graag met de pesero (goedkope bus) reis vinden ze ook maf.
Wat het festival zo bijzonder maakt is dat er mag worden geblowed.
Als ik naar een concert ga kijken dan moet je eerst langs een politiebarrière en dan kom je op een terrein met muziekliefhebbers en fans van blowen. Dit is een grote stap van de regering.
Ik mocht natuurlijk meedrinken van de pulké.
Je wordt er zat van zonder het te merken maar het voelt wel lekker.
18 mei
Als het regent valt de stroom uit. Ik ging net een bord spaghetti eten. In het donker dus.
De hele stad was donker behalve het verkeer.
Een dame, Danielle, begint op de erotische toer. We weten van elkaar niet wat we zeggen maar we kijken elkaar steeds dieper in de ogen. En omdat we elkaar niet begrijpen lig ik een minuut later met mijn hoofd op haar benen. Daar krijgt ze het zo warm van dat ze weer in het Engels begint. Betovering verbroken. (Op dat moment ging het licht ook weer aan)
Waarschijnlijk zei ze dat ze me vannacht komt opzoeken in mijn hotel. Dat is het leuke eraan. Je zegt iets spannends maar het heeft geen gevolgen.
Bij nul is het rood en groen voor de auto’s.
De weg is zo’n dertig meter breed en er staan zo’n acht auto’s naast elkaar te wachten om op te trekken. Ik loop tot de helft, midden op straat dus, en film het terugtellen. Ik blijf staan en pas bij 1 begin ik te rennen. Een soort Jackass maar dan anders.
19 mei
Waarom zo laat? Met een Afrikaanse band en twee gidsen Danielle en Patricia naar Garibaldi, de plek waar Mariachi’s op de straat en plein de hele nacht doorspelen. Althans, zo komt het over.
We gaan naar een tent waar een geweldige band Mexicaanse dansmuziek speelt. Het is dan ook een danstent. Stijldansen welteverstaan. Patricia leert me de drie stapjes van de dans en de rest mag je zelf invullen.
De hele nacht op de dansvloer dat doe je in Maastricht ook nergens.
Als ik me tussen het publiek begeef blijkt het natuurlijk een jungle te zijn. Twee Mexicanen willen bier van me. Ze dreigen met iets wat ik verder niet versta. Als ik het weiger en erom moet lachen, geven ze me een hand. Dat was het dan, als ik ze later weer tegenkom kijken ze heel kwaad en roepen: ‘Hey Gringo’ Net een film. Een boek in dit geval.
Ik leg uit dat het detail voor mij vaak belangrijker is dan hoogtepunten.
Hij noemt dat detallazo (spreek uit als detajásso).
Het optreden vandaag in Zocalo was bijzonder omdat er ook een vleugel was.
Omdat Remi een freejazzer is ging ik op de vleugel ook mee freejazzen. Het publiek ging helemaal uit zijn dak. Ik schat vijftienduizend maar anderen schatten wel tachtigduizend.
Onder politiebegeleiding vertrekken we met een touringbus richting hotel.
In de bus is het feest al begonnen.
Op weg naar het concert heb ik een interview opgenomen met de band Hotel Palindrome en ikzelf werd ook geïnterviewd. Op de achtergrond flitst Mexico voorbij, wat wil je nog meer.
Het interview gaat vooral over de beleving van deze stad.
Ik zit nu in het vliegtuig te schrijven. Het is donker en ik ben als enige wakker zo te zien.
Vanmorgen had ik wel effe een kater maar dat mag de pret niet drukken. Het afscheid valt wel mee omdat ik het gevoel heb dat ik terug kom. In september is een jazzfestival waarvoor ik al uitgenodigd ben. Iedereen is blij dat ik er was en ik krijg veel uitnodigingen om te logeren als ik er weer ben. De meeste hebben het gevoel dat ik snel weer in Mexico kom omdat ik me zo thuis voel hier. Ik zou er wel vaak willen zijn maar niet echt willen wonen.
Als ik naar buiten kijk lijkt het wel of ik boven en onder mij sterren zie. Ik vlieg door het heelal.
Op het vliegveld werd een vertraging van vijf á zes uur aangekondigd. We kunnen bij F1 een eetbon ophalen. Op zoek naar F1 sluit ik me aan bij Hanna en een Zweedse.
Hanna is een Belgische die gaat trouwen met een Mexicaan. De Zweedse heeft drie maanden gestudeerd in Mexico. We worden van het kastje naar de muur gestuurd.
Na een half uur, (de Zweedse kan niet meer want ze heeft vijf stuks bagage waarvan er drie heel zwaar zijn, boeken) komen we bij onze gate een man tegen met de eetbonnen. We gaan op zoek naar een restaurant waar nog plaats is maar we worden verwezen naar een restaurant waar geen plaats is.
Dan blijkt dat de bonnen alleen geldig zijn als we door de migratie check gaan. Daar staat een rij van een uur. Dan maar weer naar het restaurant en gewoon betalen.
Die had dus gewoon met die bon in dat restaurant gegeten waar wij niet met die bon konden betalen. Het lijkt wel als je door een Mexicaan de verkeerde kant wordt opgestuurd de volgende Mexicaan dat merkt en het spelletje doorvoert.
Want echt, we zijn al met al door zo’n tien Mexicanen de verkeerde kant opgestuurd zonder daar te geraken waar we zijn moesten. En dan die Zweedse met haar koffers, ik zou het spelletje ook meespelen als ik Mexicaans was. Drie van die blonde toeristen overladen met spullen die even de weg kwijt zijn. Laat ze maar even kwijt zijn die weg. Daag!
“Isn’t there really not one cd you have?”
“No! Even I don’t have it. It’s only a live act”.
En zo is het. Iedere keer is weer ander. Vaak met een gast en die is ook weer nieuw meestal. En wat we gaan doen dat weet die gast ook niet.
Met die zes woorden Spaans die ik ken heb ik toch een hele bus Mexicanen op de kop gezet. “Skitate putu!” op het juiste moment. Toen was het even stil. Ik mag het nooit meer zeggen. Dan schrijf ik het wel.
Ze zien me wel graag terug allemaal. En ik heb veel jaloerse gezichten gezien. Allemaal vrouwen onder elkaar. Maar uiteindelijk zijn ze allemaal gelijk benaderd. Ze geven veel van hun warmte en dat krijgen ze terug maar met respect want zo voelde het naar mij ook.
“Mr. Planet T…como estas?” “Gracias, bien, muy bien!”
Ik ben zeker een hoop vergeten maar ik ga weer terug en dan weet ik het weer.
dinsdag 17 april 2007
Inleiding
De meeste mensen kennen mij als Arnon Grunberg. Arnon is slechts een vage bekende van mij.
Hij heeft mij geholpen uit de publiciteit te blijven. (Marek van der Jagt)